Omdat we toch al voor een cyclosportive naar het zuiden af moesten reizen, besloten Menno en ik de rest van onze meivakantie te besteden aan het omgekeerd rijden van de route van de jubileumtocht.

De vakantie begint in ieder geval goed met een derde (Menno) en vierde (Liesbeth) plaats in hun leeftijdscategorie in de cyclo. Dat wordt beloond met enkele dagen verblijf in de gezellige stad Aix-en-Provence.

Daarna wordt het tijd om aan het werk te gaan. Als eerste doen we Hotel de Milan in Le Bourg d’Oisans aan. Om degenen die daar al bij de eerste lustrumtocht vertoefd hebben gerust te stellen: het is grondig opgeknapt. De vroegere hotelkamers zijn omgebouwd tot een aantal appartementen met flink wat badkamers erin. Dat komt dus wel goed. We hebben gelukkig geen tijd om de weg naar Alpe d’Huez zelf vast te verkennen. Ook de etappe naar de Alpe d’Huez kunnen we niet rijden omdat er nog sneeuw ligt op de Glandon en de Croix de Fer.

In etappeplaats Albertville/Conflans testen we het hotel en de horeca. Prima bedden en een leuk restaurantje. Maar welk restaurant ter plekke de eer krijgt om ons te voeden weten we nog niet. Wel komen we erachter dat het barretje schuin tegenover het hotel de hoofdprijs vraagt voor een biertje. Probeer dus liever een van de andere terrasjes uit! En we hopen dat de camion onder de poort door kan…

Voor de liefhebbers is er na de etappe naar Conflans nog een extra klim te doen: de Col des cyclotouristes (1.330m). Menno verkent de klim en constateert dat het een fraai weggetje is, waarvan de laatste 6 km niet al te best geplaveid zijn. Toch de moeite waard als de benen nog fris zijn.

Vanuit Conflans fietsen we wel het eerste deel van de etappe naar Alpe d’Huez en dat is maar goed ook. Al snel rijden we tegen een bord ROUTE BARREE op. Ongevraagd meldt een passant ons dat de brug die wij over willen tot half juni afgesloten zal blijven. Een tegenvaller want het levert een lelijke omweg door Albertville op.

Daarna zetten we in de auto over de Col de Tamié koers richting Oyonnax. Het weer slaat om: terwijl het in Nederland nog 25 graden en strak blauw is, rijden wij door een heuse voorjaarsstorm met 7 graden naar het noorden. Het Lac d’Annecy blijkt zoals te doen gebruikelijk een tijdrovende hindernis, maar in de regen bereiken we dan toch het Inter Hotel du Parc. Daar zijn de leidinggevenden niet aanwezig en er valt dus niets af te spreken. Maar de koffie is goed. Omdat het koud en nat is, gaan we gelijk verder voor de etappe door de Jura.

Volgende stop is Pontarlier. Met de moeder van de jeugdherberg en de kokkin spreken we af dat we een regionale maaltijd geserveerd krijgen. Al zal een van onze deelnemers weinig waardering op kunnen brengen voor de lokale Mont-d’Or-kaas (die gelukkig na april niet meer verkrijgbaar blijkt te zijn). En de beschikbare kamers worden nog even nagelopen, zodat er nu zeker voor iedereen een slaapplaats is. Helaas is er geen tijd om de prachtige ramen in de kerk van Pontarlier te bewonderen. Dat houden we tegoed voor woensdag 29 mei.

Twee etappes per dag, méér niet, is haalbaar met de auto. Een kleine wegopbreking in Belfort lijkt niet tot problemen te gaan zorgen. We bereiken moeiteloos het hotel des Capucins waar we wat afspraken maken over het eten. Ondanks onze goede ervaringen met de keuken hier, laten we die verlokking aan ons voorbijgaan. Want het is mooi weer om op een terras te lunchen! Maar we moeten al snel weer verder. We doen even een verkenning op de fiets. Het laatste stuk fietspad vlak voor Belfort blijkt inmiddels gereed te zijn. Wel zijn we genoodzaakt een spoedreparatie te laten doen aan Menno’s fiets, zodat de beoogde beklimming van de Ballon d’Asace maar per auto wordt gedaan. In Saint-Dié doen we een mooie ontdekking: in Au Bureau, naast het hotel, is er elke dag vanaf 17.00 uur happy hour: alle tapjes voor halve prijs. Bij het afrekenen blijkt het wel de bedoeling te zijn dat je halve liters bestelt, maar dat mag geen probleem zijn!

Op naar Saint-Avold. Onderweg reserveren we bij de geplande koffiestop in de etappe naar Saint-Dié voor alle deelnemers een overheerlijk stuk gebak; de lunch zal die dag ongetwijfeld wat minder hongerige fietsers opleveren. In Saint-Avold gaan we vervolgens bij het Campanile hotel langs. De manager belooft ons een voorstel te sturen voor het diner.

Laatste buitenlandse verblijf is in Wallendorf-Pont, waar we met de lustrumcommissie ook al een nachtje verbleven hebben. Mooi weer nog, dus we klimmen nog even op de fiets voor een tochtje naar Vianden. De terugweg gaat over een heel leuk stukje van de lustrumroute, het eind van de tweede etappe. Met eigenaar Jean-Paul maken we later een nieuwe kamerindeling waardoor er niemand in de annexe in Duitsland (op 1 km lopen) hoeft te slapen.

De volgende dag rijden we nog een stukje van de route terug richting Valkenburg maar als we een Ravel-fietspad op worden gestuurd, houden we het voor gezien en zetten we koers naar Valkenburg. Een erg aardige receptioniste laat ons het hele hotel zien, dat (in tegenstelling tot sommige reviews die we gezien hebben) er prima uitziet en bovendien La Trappe-bier op het vat heeft staan.

De reis langs de hotels hebben we een nuttige en ook leuke besteding van onze vakantie gevonden. Nu nog even alle afspraken op een rijtje zetten en dan zijn wij er klaar voor!

Liesbeth en Menno